Spoornieuws - Services - Bedrijfsinformatie - Kennismaking - Contact Services print



ProRail heeft in het document RLN00128-3 aanvullende bepalingen toegevoegd voor inzet van (groot) materiaal langs of op het spoor bij spanningvoerende delen (bijv. 1500 V dc-TEV-systemen).

U kunt als aannemer informatie opvragen bij ProRail via de volgende site: http://www.prorail.nl/Zakenpartners/Pages/default.aspx

Enkele citaten uit het RLN00128-3 ProRail document:


Algemeen (Paragraaf 7.2 RLN00128-3): Indien een werktuig binnen valbereik komt van een hoogspanningsinstallatie (bovenleiding), maakt de werkverantwoordelijke een veiligheidsplan. Dit plan wordt voorafgaand aan de werkzaamheden besproken met de installatieverantwoordelijke. Afhankelijk van de situatie en de aard van de werkzaamheden kan de installatieverantwoordelijke, in overleg met de werkverantwoordelijke, de volgende maatregelen verscherpen (bovenleiding spanningsloos maken en aarden) of verzwakken (doordat bijvoorbeeld de aardelektrode en een verbinding met retour niet noodzakelijk is en het risico gering is). Met betrekking tot aspecten van treinveiligheid wordt verwezen naar RLN00073 (VVW).

Richtlijn:
De risico's met betrekking tot de hoogspanningsinstallaties (bovenleiding) zijn onder te verdelen in de volgende klassen:

Klasse A: Het werktuig is buiten valbereik van de hoogspanningsinstallatie (bovenleiding). Hierbij is geen actie in het kader van RLN00128 noodzakelijk.

Klasse B: Het werktuig is binnen valbereik van de hoogspanningsinstallatie (bovenleiding). Er dient een verbinding te worden gemaakt met de retour. Deze verbinding bestat uit een kabel van ten minste 50mm2 koper of equivalent en is via een (Soulé CLS of gelijkwaardig)doorslagveiligheid verbonden met de negatieve pool van het voedende stelsel. De lengte van de kabel is niet langer dan 75 meter. Deze kabel dient kortsluitvast en betrouwbaar te zijn. De verbinding die zo is gemaakt, garandeert kortsluiting bij het omvallen van het werktuig indien deze de spanningvoerende delen van de bovenleiding raakt. De verbindingen en de doorslagveiligheid dienen periodiek en na ieder onweer gecontroleerd te worden.

Er dient een aardelektrode met een overgangsweerstand < 10 Ohm te worden aangebracht. Deze aardelektrode dient ter bescherming van de seinwezeninstallaties en andere installaties, die hiermee beveiligd zijn, bij blikseminslag op het werktuig.

Etc..


[Alle rechten voorbehouden op eventuele fouten, copyright ProRail]


Indien u naar aanleiding van bovenstaande informatie interesse heeft gekregen neemt u dan contact met ons op.


BACK FOREWARD